Home Foto album BZ Group Pop Jawa MP3 My Blog Links Guestbook

Jawa - Londo
 Update: 14-10-2008


Javaans lezen (uitspreken)

c = tj
j = dj
u = oe, in het laatste lettergreep als "oo" bv bagus (lees: ba-goos); bv kukus (lees: koe-koos)
y = j, bv banyu (lees: ba-njoe)
 

A

abang [a-bang] rood
adhus [a-doos] baden
adonan [a-do-nan] deeg
aku [a-koe] ik
anget [a-nget] warm
angkat [ang-kat] tillen; optillen

B

balapan [ba-la-pan] wedstrijd
banyu [ba-njoe] water
bawang [ba-wang] knoflook; godong bawang = prei
In Indonesie wordt voor uien en knoflook, dezelfde benaming gegeven. Beide wordt bawang genoemd, dus bawang = brambang en bawang putih = knoflook.
bener [be-ner] goed, correct
biru [bie-roe] blauw
botol [boh-tol] fles
brambang [bram-bang] uien
bukak [boe-kak] openen
bunder [boen-der] rond
buncis [bon-tjis] snijbonen (e.a. boonsoorten)

C

campur [tjam-poor] mix; gemengd
cilik [tji-lik] klein
D

 

daging [da-ghing] vlees
dino [die-noh] dag
diwuwuri [di-woe-woo-ri] strooien; op strooien

E

entek [en-tek] op

G

 

gedak-gedek [ge-dak-ge-dek] hoofdschudden
glepung [gle-pong] meel
gondo [gon-do] geur
godong [go-dong] blad
goreng [go-reng] bakken
gulo [goe-lo] suiker
guwak [goe-wak] weg gooien

I

iwak [ie-wak] vlees; iwak pitik = kippenvlees
J

 

jempol [djem-pol] duim
jeneng [dje-neng] naam

K

kaku [ka-koe] stijf
kaliren [ka-lie-ren] uitgehongerd
kayu [ka-joe] hout
kebak [ke-bak] vol
kelaparan [ke-la-pa-ran] hongersnood
kembang [kem-bang] bloem
kentang [ken-tang] aardappel
kesupen [ke-soe-pen] vergeten; kromo inggil, ngoko: lali
kowe [ko-we] jij
kukus [koe-koos] stomen
kulit [koe-lit] schil
kumbah [koem-bah] wassen
kuning [koe-ning] geel
kurang [koe-rang] tekort; te weinig; nog meer

L

 

lali [la-li] vergeten
lara [loh-roh] pijn; ziek
leres [le-res] correct; kromo inggil, ngoko: bener
lilahke [li-lah-ke] berusten; wis tak lilahke = in berusten
lombok [lom-bok] peper
loro [loo-roo] twee (2)
M

 

males [ma-les] lui; heb geen zin
mambu [mam-boe] stinken
manis [ma-nis] zoet; mooi
masak [ma-sak] koken
masahlah [ma-sah-lah] probleem
mateng [ma-teng] gaar; rijp
mboten [mbo-ten] nee; kromo inggil, ngoko: ora; enggak
melok [me-lok] meegaan
mengko [meng-ko] straks; later
mertego [mer-te-go] boter
minggu [mie-nggoe] zondag

N

narik [na-rik] trekken; innen
nemu [ne-moe] vinden
nesu [ne-soe] boos
ngele [nge-le] honger
ngawe [nga-we] zwaaien met je hand
nggawe [ng-ga-we] maken
njaluk [ndja-look] vragen om te krijgen
njegur [n-dje-goor] springen in ..; vallen in ..
nyemplungke [njem-plong-ke] ingooien

P

 

panas [pa-nas] warm (heet)
penumpang [pe-noem-pang] passagier
piyambak [pi-jam-bak] zelf; zelf doen; kromo inggil, ngoko: dewe

R

 

rajang [ra-djang] in stukjes snijden
resiki [re-sik-i] schoonmaken

S

sampeyan [sam-pe-jan] u; kromo inggil, ngoko: kowe
sampun [sam-poon] al; kromo inggil, ngoko: wis
sapi [sa-pie] rund, daging sapi = rundvlees
santen [san-ten] kokosmelk
seminggu [se-mie-nggoe] een week
sendok [sen-dok] lepel
seneng [se-neng] houden van
sengit [se-ngit] haten
siji [si-djie] een (getal)
sopo [so-po] wie
suwe [soe-we] lang terug; lang geleden
T

 

tangi [ta-ngi] opstaan (wakker worden)
telu [te-loe] drie (3)
tinggal [ti-nggal] verlaten; slamet tinggal = vaarwel
tiyang [ti-jang] mens of persoon; kromo inggil, ngoko: wong
turahan [toe-rah-an] restant
turu [toe-roe] slapen

U

umub [oe-moob] kokend, bv banyu umub = kokend water

W

wajan [wa-djan] wok (pan)
waktu [wak-toe] tijd
wedos [we-dos] schaap
wengi [we-ngie] avond
wijen [wie-djen] sesamzaad
wiwit [wie-wit] begin; vanaf begin

 

Home Foto album BZ Group Pop Jawa MP3 My Blog Links Guestbook

Free counter and web stats